Werkwijze

In een vrijblijvend intakegesprek worden de zorgvraag van ouders en/of jeugdige, en het aanbod van de praktijk met elkaar besproken. Samen met ouders wordt gekeken op welke gebieden er problemen of moeilijkheden zijn, maar ook waar de krachten van het kind of het gezin liggen.

Voordat een jeugdige vervolgens kan starten bij de praktijk, is het nodig een beschikking te hebben voor hulp van de praktijk. In sommige gevallen kan dat een verwijsbrief van de huisarts zijn, maar in de meeste gevallen gaat het om een beschikking die de gemeente (Basisteam Jeugd en gezin) heeft afgegeven. Hierin staat welke zorg een gezin mag krijgen, en voor welke periode.   

Als een jeugdige start bij de praktijk, wordt er een hulpverleningsplan opgesteld waarin concrete doelen zijn opgenomen en de wijze waarop hieraan gewerkt gaat worden. Er wordt ook besproken voor welke termijn een bepaalde vorm van hulp ingezet gaat worden. Hierbij is het zo dat er op vaste evaluatiemomenten, sowieso eens per zes maanden, wordt besproken hoe het gaat en wat er al bereikt is. Er wordt dan ook besproken of, en welke zorg er kan worden afgebouwd of minder intensief ingezet. Samen kijken we of er wellicht ondersteuning nodig is en ingezet kan worden vanuit het voorliggende veld, een vrijwilliger of iemand uit het eigen netwerk. Dit alles met als doel een gezinssysteem zo krachtig en zelfredzaam mogelijk te houden.

Niet alleen wordt er echter afgeschaald (minder zorg ingezet, afgebouwd). Wanneer het niet goed gaat met een jeugdige of een gezin, kan er ook extra zorg worden ingezet. Dit is passend bij het principe van levensloopbegeleiding waar de praktijk zich hard voor maakt. Wanneer meer zorg nodig is, moet deze ook geboden kunnen worden. Echter, altijd met als doel dat dit tijdelijk is en dat er weer wordt afgebouwd wanneer mogelijk. De praktijk blijft dan meer op de achtergrond aanwezig en kan inspringen wanneer nodig.  

 
"Tijdens de gesprekken met de begeleiders leer ik veel over mezelf."